Het stadje Palamós ligt in het noordoostelijk gelegen deel van de Costa Brava, ten noorden van badplaatsen als Platja dŽAro en Sant Feliu de Guixóls. Palamós heeft ongeveer 15.000 inwoners. Het stadje dankt haar naam aan de Iberische of Romeinse nederzetting en aan de balangrijke vissershaven die in de beeldschone baai ligt. In het stadje staan tegenwoordig aan aantal kwalitatief goede hotels en er zijn bovendien ook een groot aantal gezellige bars en restaurantjes te vinden.

De Collet van Santa Margarita en Vilaroma, wat niets minder is dan een oud Romeins dorp, en daarnaast het riviertje Aubi, scheiden Palamós van San Antonio de Calonge in het westen. Ten noordoosten van Palamós en de baai ligt Punta del Moli en Cap Gros, een paar grote rotsenheuvels waarachter de baai van Cala Marqarita ligt. De stad ligt verder tegen het gebergte El Pedro aan. Bovenop de Punta del Moli prijkt een grote vuurtoren. Palamós bestaat tegenwoordig uit drie gedeelten. Het belangrijkste deel is tegenwoordig het nieuwe centrum dat pal langs de kust ligt en waar dus verreweg de meeste hotels gevestigd zijn. Hier bevinden zich dus ook de meeste toeristen. Dan is er nog de vissersbuurt en daar weer achter liggen de industrieterreinen van het stadje.

Zoals gezegd heeft hier vroeger een Iberische of Romeinse nederzetting gestaan, maar de sporen hiervan zijn vrijwel niet teruggevonden. In het begin van de Middeleeuwen bloeide Palamós wel op. Dit was ten tijde van Peter de Grote. Van hem zijn brieven gevonden, waaruit blijkt dat Palamós voor hem erg belangrijk was. Hij liet de leenheren uit Ampurdan blijken hoeveel macht hij had door Palamós te bezitten. In de 16e en 17e eeuw was Palamós trouwens een inschepingshaven voor de Italiaanse regimenten.